Written by 13:37 Boekenkast

Peter de Rijk

Peter de Rijk

Schrijver, dichter en hoofdredacteur Peter de Rijk (pseudoniem: Ezra de Haan) heeft ongeveer 10.000 boeken, verdeeld over zijn huis en twee opslagplaatsen. Of de boekenmanie bij anderen nog gekker kan? ‘Het is een soort van fetisjisme dat soms ver gaat. Bij Boudewijn Büch ging het nóg verder. Maar ja, die had meer geld en ruimte.’  

De Rijks passie voor boeken stamt uit de familie. ‘Mijn grootvader bezat een grote verzameling. Hij verzamelde alles over het Habsburgse Rijk. Het hele huis bestond uit boeken. Het was zelfs zo erg dat als de loodgieter kwam er een pad vrijgemaakt moest worden. Een oom maakte iets soortgelijks mee: die moest een keer per brancard het huis verlaten, maar er was door de vele boeken geen ruimte. Hij moest dus toch lopend naar buiten.’

Hij heeft goede herinneringen aan zijn grootvader. ‘We voerden prachtige gesprekken over geschiedenis en literatuur. Grootvader citeerde uit Goethe en Rilke. Als we klaar waren met onze gesprekken zei mijn grootvader gekscherend: Into the mouth of hell. Dat citaat doelt op de Charge van de Lichte Brigade uit de Krimoorlog, Hij bedoelde ermee: terug naar de mensen die niet weten waarover wij het hebben. Ik kreeg goede boeken van hem, bijvoorbeeld De reis om de wereld in tachtig dagen van Jules Verne of boeken met Griekse sagen en mythen.’ Zijn grootvader maakt zich zorgen over de nalatenschap van zijn collectie. ‘Vlak voor zijn dood zei hij: je weet hoe ‘ze’ zijn he? Ze verkopen het allemaal aan opkopers. Maar wat weten die ervan? Ik ben er toen heen gereden met mijn Volvo en heb dozen vol boeken ingeladen.’

De Rijk gaat werken in een boekhandel in Amstelveen en later bij Athenaeum. ‘Ik ging van de ene naar de andere boekhandel. Ik kreeg natuurlijk korting op boeken zodat mijn verzameling uitbreidde. Ook kreeg ik veel boeken om te recenseren. Ik kan mij herinneren dat ik soms met dozen vol boeken naar huis ging.’ Het werken in de boekhandel geeft hem inspiratie om zelf een boek te schrijven. In 1999 verschijnt de roman Kermis in de hel. ‘Het verhaal gaat over vier oude mannen die werken in een kleine boekhandel en elkaar intens haten.’

Grote dichters en schrijvers

De Rijk is een groot liefhebber van de 19e eeuwse Engelse dichters John Keats, Lord Byron, John Clare en de Shelleys. Zo heeft hij alles van en over Lord Byron. ‘Hij is een zeer interessante figuur. Hij was eigenlijk de eerste stijlicoon in de geschiedenis- heel bewust met zijn imago bezig. Zo liet hij zich, na een van zijn vele reizen, schilderen in Albanese klederdracht. Byron was minder blij met bepaalde gedeeltes van zijn lichaam en die werden zorgvuldig weggelaten op schilderijen. Hij schreef lyrische verhalen over zijn reizen en bracht daarmee massatoerisme op gang. Iedereen wilde een berg in Zwitserland bezoeken, die overigens minder spannend was dan zoals weergegeven door Byron.’                                                                                                                          

Byron sneuvelt op jonge leeftijd in Mesolongi, Griekenland, toen hij deelnam aan de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Turken. ‘Waarschijnlijk stief hij door malaria of een aderlating. In Griekenland is hij een nationale held. Zijn sterfdatum is een vrije dag. Ik ben op de plek geweest waar hij is gestorven en heb daar zijn gedicht Epitaph to a Dog voorgedragen. Het is een lofzang op zijn hond. Byron vond honden trouwere en intelligentere wezens dan mensen.’

De Rijk pakt een boek van John Clare. ‘Clare begint net na Byron op te komen. Hij schreef over het Engelse platteland en de vernietiging ervan. Hij eindigde in het gesticht. Daar schreef hij dit soort gedichten: kijk, zonder interpunctie.’                                     

Over de Shelleys heeft de Rijk alles verzameld: gedichten, biografieën, briefwisselingen en romans. Mary Shelley publiceerde Frankenstein in 1818. De Rijk raakte gefascineerd door het in het verhaal voorkomende monster. ‘Ik ben me gaan verdiepen in de oorsprong van figuren als voorkomend in Frankenstein en Golem, de legende van de modderfiguur. Vaak vinden die legendes hun oorsprong in verhalen uit de geschiedenis.’

In sneltreinvaart laat de Rijk een keur aan schrijvers voorbij komen: Vladimir Nabokov (‘die vind ik heel goed. Een goede schrijver moet je een klap voor je bek geven. Dat doet hij.’), Bob den Uyl (‘er mislukt veel, maar de verhalen zijn goed’), K. Schippers (‘On-Nederlandse stijl, heb ik alles gesigneerd van’), Peter H. Van Lieshout (‘de hippe dichter’),  Lodewijk van Deyssel (‘daar heb ik alles van; ook veel 1e drukken en ongekuiste versies’), Hugo Claus (‘alles gesigneerd; 1e druk) en Gerrit Komrij (‘heb ik ook alles van’).

De Rijk heeft een stapel verboden boeken: het Rode Boekje van Mao, Mein Kampf van Hitler, het Groene Boek van Gaddafi. Hij interesseert zich in schrijvers met een randje. Over het manifest van de terrorist Ted Kaczynski: ‘Natuurlijk zijn de daden heel fout, maar zijn gedachten zijn op z’n minst interessant.’

Hij pakt een bijzonder boek: Outwitting History van Aaron Lansky. ‘Het gaat over de jonge Lansky die erachter komt dat bijna niemand in de Verenigde Staten nog Jiddisch leest. Jiddische boeken dreigen op de vuilnisbelt terecht te komen en te verdwijnen. Lansky beschrijft in het boek zijn aanpak om de Jiddische boeken van de ondergang te behoeden.’

Literaire reizen

De Rijk is werkzaam bij uitgeverij In de Knipscheer die zich onder meer richt op literatuur uit en over Nederlands-Indië, de Nederlandse Antillen en Suriname. Bij deze uitgeverij verschenen eveneens boeken van zijn hand, waaronder De Zwijguren. Vijftien literaire reisverhalen en een zeeslag. In dat boek bezoekt hij plekken van schrijvers en dichters, waaronder Samuel Beckett, Robert Burns, Franz Kafka, John Keats en –natuurlijk- Lord Byron.

Franz Kafka is voor de Rijk een van de grootste schrijvers uit de wereldliteratuur. ‘Lees de eerste regel van Het proces. Daar blijkt zijn grootsheid onmiddellijk uit.’ Hij gaat op zoek naar sporen van Kafka in diens geboortestad Praag. ‘Ik had al zoveel gelezen over Kafka dat ik zonder kaart naar zijn huis kon lopen. Ik reis dan alleen, het komt dan nog meer binnen. Het deed me wel wat toen ik in de kamer van Kafka stond.’

In Winchester zocht de Rijk naar sporen van John Keats. ‘Hij maakte elke dag dezelfde wandeling van zijn logement naar een middeleeuws hospitaal. Dat heeft hij in zijn dagboeken opgeschreven. Ik wilde het hospitaal bezoeken, maar zag een bord staan met ‘verboden voor onbevoegden.’ Ik zeg altijd tegen mijn kinderen: als je dat soort borden ziet staan, dan moet je dus doorgaan, want dan wordt het pas interessant. Ik liet me in Winchester niet afschrikken en kwam op de plek waar Keats elke dag liep.’

In Venetië bezocht hij het eiland San Michele waar Igor Stravinsky, Ezra Pound en Joseph Brodsky begraven liggen. ‘Ik liep rond over het kleine eiland en zag drie Russische vrouwen bij het graf van Brodsky staan. Ze droegen een gedicht voor van de schrijver. Aangrijpend.’  

De Rijk nam in Roemenië deel aan een poëziefestival ‘Vanuit Nederland ging ik met de auto naar Roemenië. Onderweg neem ik altijd lifters mee. In Roemenië nam ik een jongen mee. We kwamen aan de praat over poëzie. Hij zei dat we langs het huis van de 19e eeuwse Roemeense dichter Mihail Eminescu kwamen. We bezochten het huis en vervolgden onze weg. Toen ik de jongen afzette gaf ik hem mijn in het Roemeens vertaalde gedichten mee. Hij stond perplex. Bent u echt een dichter, vroeg hij vol ongeloof. Maar ik ben maar een gewone man.’

Het zijn overigens niet alleen maar literaire reizen die de Rijk maakt. Hij bezoekt de slagvelden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. ‘Ik denk dat ik mijn kinderen heb aangestoken, want mijn jongens zijn onlangs zelf met de motor naar Normandië gegaan.’ 

Peter de Rijk1

Verzamelwoede

Er komt geen einde aan de verzamelwoede. ‘Ik doe weleens wat boeken weg. Maar weet je wat het probleem is? Ik verzamel net zo snel door. Er zijn ook zoveel interessante boeken. Er zijn zelfs boeken over boeken. Dat vind ik geweldig, bijvoorbeeld boeken over verboden boeken. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een boek over te vinden. En mijn advies is: als je twijfelt over een boek, koop het dan. Je krijgt uiteindelijk meer spijt van wat je niet koopt dan wat je wel aanschaft.’

De Rijk heeft zo zijn vaste adressen. ‘Elke vrijdag ga ik naar de boekenmarkt op ’t Spui. Ze kennen mijn voorkeuren. Ook heb ik een paar antiquariaten die ik geregeld bezoek. Ze leggen dan boeken voor me klaar.’ Hij koopt ook boeken op uit de verzameling van overleden schrijvers. ‘Zo kocht ik 15 boeken uit de collectie van Joost Zwagerman waarin het thema roem en zelfmoord een grote rol speelt. Anderen zijn Boudewijn Büch, Gerrit Komrij en Sybren Polet.’

De Rijk maakt zich zorgen over het verminderde leesgedrag in Nederland: ‘Niet dat ik zo slim ben hoor, maar met wie kun je tegenwoordig nog over een boek praten? Ik kan me ook bijna niet voorstellen dat mensen niet lezen. Wat gaat er dan wel allemaal niet aan je voorbij?’ De Rijk vindt dat er weinig interessants is op de hedendaagse radio en televisie. Hij leest altijd en overal. ‘Ik werd vannacht om half vier wakker en dan pak ik Kafka er even bij van mijn nachtkastje. Ook op het toilet lees ik.’

Hij kijkt naar alle boeken in zijn kamer en zegt: ‘Ik heb gewacht op een crisis, zoals corona. De rust van het teruggetrokken gelukkige bestaan in mijn eigen privébibliotheek is heerlijk.’

(Visited 24 times, 1 visits today)
Close