Written by 13:53 Boekenkast

Ronit Palache

Ronit Palache

Op 23 november verscheen het nieuwe boek van Ronit Palache in de Privédomeinreeks van uitgeverij De Arbeiderspers. Ze maakte een bloemlezing van het werk van schrijfster Renate Rubinstein onder de titel Bange mensen stellen geen vragen. ‘Op de dag van verschijning is het precies dertig jaar geleden dat de eerste columnist van Nederland stierf. Bijna niemand kent haar nog en dat is doodzonde. Met dit boek probeer ik haar werk een tweede leven te geven voor een nieuwe generatie.’

Palache herinnert zich dat ze in haar jeugd wordt voorgelezen, vooral door haar vader. ‘Hij las voor uit een hele oude, gehavende uitgave van de gebroeders Grimm, inclusief gekke stemmetjes. Een van de eerste boeken die ik zélf las was  De wereld van Sofie, dat ik van goede vrienden van mijn ouders kreeg ter gelegenheid van mijn bat mitswa.’ Bij de familie Palache stonden boekenkasten in de woonkamer én in de studeerkamer van haar vader. ‘De boeken die in de kast stonden bestonden uit namen als Chaim Potok en Philip Roth. Maar mijn vader las vooral veel non-fictie en boeken over wetenschap, logisch voor een viruskenner. Met uitzondering van Roth stond er niet veel wereldliteratuur in de kast, daar maakte ik pas later kennis mee.’

Palache leest op jonge leeftijd niet veel. Ze vindt het zelfs vervelend als ze voor haar verjaardag een boek cadeau krijgt.  Rond haar zestiende komt daar verandering in. ‘Thuis en op de middelbare school,  met een standaard boekenlijst met Hermans en Mulisch, werd ik niet echt uitgedaagd om te ontdekken. Het zinderde niet van letteren om mij heen. Totdat ik Connie Palmens I.M. las, een indringend verhaal over de liefde met een getourmenteerde man, een boek over verlies en dood ook. Ook Michael Cunninghams boek, The Hours las ik rond diezelfde tijd. Ze openden deuren naar andere, grotere werelden, althans veel groter dan ik kende uit mijn eigen beschermde omgeving. Het voelde alsof ik tot die tijd intellectueel onder een steen had geleefd en moest beginnen aan een haast onmogelijke inhaalslag.’

De hunkering naar nieuwe horizonten en de honger naar kennis is niet altijd een eenvoudig pad. ‘Het betekende ook een zekere verwijdering van het milieu dat je voortbrengt dat ik niet zelden als beklemmend ervaarde. Niet zozeer mijn ouderlijk huis, als wel de omgeving die bestond uit vooral een zelfde soort mensen. Dat lezen ging daardoor ook over iets existentieels: geestelijke bevrijding, je autonome stem vinden, de eenzaamheid te lijf gaan van het anders voelen tussen mensen die je al je hele leven kent.’

Palache gaat journalistiek studeren. ‘Ik vond de studie an sich niet zo bijzonder, maar die gaf me wél de mogelijkheid keer op keer andere mensen te ontmoeten, hun verhalen en gedragingen op te tekenen en te ontdekken.’

Maar waar moet je beginnen in de wereldliteratuur, dat is een andere vraag. ‘Pieter Steinz heeft het geprobeerd uit te vinden in zijn gids voor de wereldliteratuur, maar dat kan in mijn ogen helemaal niet. Iemand anders kan voor mij toch niet bepalen wat de mooiste boeken zijn? Die regie hou ik liever zelf en die ontdekkingstocht dus ook. Ik houd niet van opgelegde lijsten, daarvoor is lezen toch te persoonsgebonden. En bovendien staan er talloze boeken in die ik heel vervelend vond.’ Voor Palache springen er een paar schrijvers uit. ‘Vladimir Nabokov is zo’n voorbeeld: zijn zinderende taalgebruik spreekt enorm tot de verbeelding. Zijn humor ook. In Rusland bezocht ik zijn huis waar ook een verboden versie van Lolita lag, tussen touw gebonden. Dat boek is schitterend. De liefde voor het schrijven, het verhaal, spat er vanaf.

Autonome stem

Boven de eettafel hangt een portret van Baruch de Spinoza aan de muur. Palache komt rond haar twintigste in aanraking met deze filosoof en dan blijkt haar monomanie: ze verslindt alles wat er over en van hem gepubliceerd werd en leest de Ethica in gezelschap van een Spinozagroep. Hij blijkt een enorme inspiratiebron voor haar: ‘Zijn autonome denken en het inzicht willen krijgen in de emoties is wat hem dreef, daar heeft ieder mens baat bij.’

Ze organiseert in 2015 een internationaal symposium waarbij filosofen, historici en religieuze leiders discussiëren over de sinds de 17e eeuw nog altijd van kracht zijnde ban tegen Spinoza en onderzoekt de mogelijkheden deze postuum op te heffen. Palache heeft meerdere uitgaven van de Ethica. Ze pakt een paperback vol met aantekeningen: ‘Dit is mijn studie exemplaar.’ Een andere uitgave is heel bijzonder: ‘Deze kreeg ik van een ex-geliefde. Een exemplaar uit de 17e eeuw, de eerste druk. Elke keer als ik een Ethica tegenkom in een boekwinkel, antiquariaat of markt koop ik hem.’

In Rijnsburg bezoekt Palache het huis van Spinoza. ‘Het is toch bijzonder dat je weet dat die man daar heeft gewerkt en gedacht. Hij heeft de Nederlandse geschiedenis mede bepaald. Dat gevoel gaat over historisch besef.’ 

WOII verbannen naar aparte kamer

Palache heeft ongeveer 3000 boeken. Onlangs herstructureerde ze haar collectie deels en deed ze 300 boeken van de hand. Rondkijkend zegt ze: ‘Wat hier staat zijn de boeken die me echt boeien, dierbaar voor me zijn, waarvan ik weet dat ik ze nog ga lezen of herlezen.’ Een kleine greep: biografieën van grote lieden uit de geschiedenis, Russische literatuur, Privédomein, werk van Plato, Goethe en Nietzsche, van Ischa Meijer en Renate Rubinstein, Nederlandse literatuur en ook- prominent in het zicht- een boek over de spreeuw. ‘Een fascinerend beest. Wist je dat spreeuwen tijdens hun zwermtochten korte slaapjes doen?’

Haar collectie boeken over de Tweede Wereldoorlog verplaatste ze naar haar studeerkamer, aan de voorkant van het huis: ‘De oorlog is voor mij allesbepalend geweest en heeft generaties voortgebracht die nauwelijks kunnen praten over hun verleden. Dat is verdrietig en somber. Ook thuis werd er niet overdreven over die oorlog gesproken en de jeugd van mijn ouders. Af en toe werd er aan gerefereerd, behendig omheen geslalomd. Vanwege mijn intrinsieke nieuwsgierigheid wilde ik meer weten, doorvragen, maar de antwoorden waren zelden bevredigend. Dat verklaart denk ik ook mijn zoektocht, mijn leesdrift en vraagzucht. Het begon me tegen te staan continu de naam Hitler in het zicht te hebben als ik de zitkamer binnenstapte. Daarom verplaatste ik de collectie over de Tweede Wereldoorlog naar een andere kamer.’ Als de voor haar belangrijkste of indrukwekkendste boeken over de Tweede Wereldoorlog noemt ze Jonathan Littel’s De welwillenden, Primo Levi en Margo Minco. ‘De kleinere verhalen, zoals bij Minco, een overlever die terugkeert naar het vooroorlogse woonadres en daar nieuwe bewoners aantreft, grijpen me bijzonder aan, ontroeren me diep.’  

Ischa Meijer en Renate Rubinstein

Palache maakte eerder dit jaar, 25 jaar na zijn dood, een bloemlezing van het werk van journalist en interviewer Ischa Meijer, overlevende van Bergen-Belsen. ‘Zijn onverschrokken en onverbloemde manier de waarheid boven tafel te krijgen fascineert en imponeert me. Er is zoveel moed voor nodig, een moed die, zeker in zijn tijd, nog allesbehalve vanzelfsprekend was. Ik denk dat hij een hele generatie, die worstelde met het oorlogsverleden, een dienst heeft bewezen, een stem heeft gegeven nog zonder dat hij er erg in had. Hij spoorde aan om over problemen te praten, de vuile was buiten te hangen in plaats van te verbergen en te maskeren. Dat kan een zelfreinigende werking hebben. Ook ik heb een hekel aan taboes. Ik ben er allergisch voor. Ik ben van mening dat alles bespreekbaar moet zijn.’ Haar sympathie voor Meijer is volgens Palache niet hetzelfde als kritiekloze verering: ‘Het is geen idolatrie. Zo vind ik zijn toneelstukken beslist minder goed dat zijn andere werk, maar dat andere werk is dan wel héél goed, ja.’

Via Meijer komt Palache uit bij Renate Rubinstein. Haar vader wordt al vroeg opgehaald van huis en in 1942 vermoord. Rubinstein krijgt bekendheid door haar columns voor Vrij Nederland waarin ze felle stukken en polemieken bedreef met onder anderen Hugo Brandt Corstius (Piet Grijs):  ‘Ze kwam prominent voorbij toen ik onderzoek deed naar het werk van Meijer en onmiddellijk vond ik haar enig. Ik had weleens wat boeken van haar gelezen, maar daar bleef het bij.’ Palache doet na Meijer vervolgens uitgebreid onderzoek naar het leven en werk van Rubinstein. ‘Ze schreef prachtige briefwisselingen met onder anderen Adriaan Morriën, Leo Vroman, Ethel Portnoy en Rudy Kousbroek. Ze was origineel, autonoom, grappig en ongrijpbaar op een bepaalde manier, ambivalent ook. En ze kon ook lastig zijn, een drammer, koste wat het kost haar punt willen maken met haar voor die tijd moderne opvattingen over liefde en vreemdgaan bijvoorbeeld. Wat ik zelf van haar geleerd heb? Dat het helemaal niet zo erg is als mensen hun opvattingen af en toe laten kleuren door emotie. Vroeger was ik daar nogal rigide in, onder meer door Spinoza ingegeven. Mijn adagium was alles zo rationeel mogelijk te benaderen, maar mensen zijn geen robots. Zo heeft Spinoza dat ook niet bedoeld. Het is ok om de wereld te bezien vanuit jezelf, wie je bent en wat/wie je gevormd heeft.’

Haar boek verscheen op 23 november, maar Palache is er de persoon niet naar om op haar lauweren te gaan rusten: in januari begint ze aan een nieuw Privédomeindeel. Dit hoeft pas over twee jaar af te zijn, dus ik heb nog even’. We gaan van haar horen!

Bange mensen stellen geen vragen verscheen op 23 november bij de Arbeiderspers.

(Visited 12 times, 1 visits today)
Close