Written by 15:46 Boekenkast

Michiel Lieuwma

Schrijver en theatermaker Michiel Lieuwma bladert door De Toverberg van Thomas Mann. Hij leest een passage voor uit het nawoord van Mann. Het nawoord is een lezing die Mann gaf over De Toverberg voor een groep studenten van Princeton University: De arts drukte mij op het hart dat ik er heel verstandig aan zou doen een half jaar hierboven in kuur te gaan, en als ik zijn raad had opgevolgd – wie weet!- lag ik nog steeds daarboven. Ik gaf er de voorkeur aan De Toverberg te schrijven. ‘Gelukkig keerde Mann terug uit het sanatorium en schreef hij deze schitterende roman.’

Lieuwma heeft een compacte boekenkast. ‘Ik heb een deel van mijn collectie afgevloeid, ook omdat ik vaak verhuisd ben. Mijn kast beleeft bij elke verhuizing een grote migratie.’

Op de middelbare school wordt hij niet gestimuleerd om meer te lezen. ‘Op de middelbare school was er weinig vrijheid om je eigen voorkeuren te ontdekken. Het zat allemaal vast in ouderwetse kaders. Het literatuuronderwijs was doodgeslagen. Het was star en saai en ik herinner me ook geen goede docent Nederlands.’

Lieuwma komt gaandeweg in aanraking met het werk van Arnon Grunberg en Michel Houellebecq. ‘Hun boeken spreken me aan. Er zit herkenning in. Grunberg bekijkt de wereld in Blauwe maandagen met een een gedistingeerde eerlijkheid.’

Een schrijver die Lieuwma aanspreekt is J.D. Salinger. ‘J.D. Salinger vind ik een hele goede schrijver. Zijn boek Franny and Zooey wil ik hier noemen. Het is een fictief verhaal over een gezin met zeven kinderen. Het gezin doet mee aan een televisiequiz waardoor de kinderen kampen met jeugdtrauma’s. Zooey zit op een gegeven moment, als begin-twintiger, in een existentiële crisis als Franny hem, gebruikmakend van oosterse filosofie, helpt zijn leven op de rit te krijgen. Het is een schitterend verhaal over de herkenbare frustraties van twintigers.’ Lieuwma spreekt over het thema onthechting. ‘We hebben als mensen allemaal schema’s, kader en regels bedacht om houvast te creëren. Het zijn allemaal goedbedoelde pogingen hoor, maar echte houvast is er natuurlijk niet. Ik vind het interessant om te lezen hoe mensen de grip kunnen verliezen op de wereld om hun heen en proberen een andere weg, buiten de gebaande paden, te zoeken.’ J.D. Salinger is volgens Lieuwma een fascinerende figuur. ‘Hij vocht met de geallieerde troepen op D-Day, waar zijn romantische kijk op de oorlog direct de grond in werd geboord. Vanaf de jaren ’60 leefde hij als een kluizenaar en corresponderende hij alleen met een aantal naaste vrienden. Wat voor lef is daar wel niet voor nodig? Ik wilde dat ik dat lef had.’  

Lieuwma neemt me mee door zijn boekenkast. Hij pakt De genealogie van de moraal van Nietzsche. ‘Dit boek heeft mijn denken ondersteboven gehaald. Hij schreef dit boek meer dan 100 jaar geleden. Het is zo loepzuiver geschreven. Het is eigenlijk ook ontmoedigend om te lezen, want wat valt er nog te zeggen na het lezen van het werk van Nietzsche?’ Lieuwma gaat in op de slavenmoraal zoals door Nietzsche omschreven.

‘Ik vind perspectief belangrijk. Zo is De welwillenden van Jonathan Littell indrukwekkend. Het geeft een andere kijk op de Tweede Wereldoorlog, door de ogen van een kampbeul die charismatisch en menselijk blijkt.’ Lieuwma pak Steppewolf van Hermann Hesse. ‘Een man die zich opsluit op zijn kamer tussen zijn boeken. Hij vindt troost in het werk van andere schrijvers.’

Schrijven

Lieuwma schreef meerdere toneelstukken en twee romans. Hij gaat in op zijn roman Gezichten van glas waarin hij drie personen met verschillende achtergronden in een huis plaats en laat filosoferen over hun bijdrage aan de wereld. Hij is op dit moment bezig met een nieuw boek. Hij verzamelt zijn materiaal overal. ‘Als schrijver ben je constant bezig met verzamelen. Ik heb vaak een notitieboekje bij me en als ik die niet bij me heb maak ik notities in mijn telefoon of spreek ik audioberichten in. Het zijn legoblokjes die later een geheel vormen. Het kan een chaos zijn in mijn hoofd, maar de verzameling brokjes kunnen uiteindelijk uitmonden in iets moois. Een boek is voor mij in eerste instantie een brief aan een onbekende persoon. Na feedback en eindeloos aanpassen rolt er dan een finale versie uit.’

Naast het schrijven van een nieuwe roman is Lieuwma ook bezig met een essay. Hij noemt als groot essayist Joan Didion. ‘Haar essays en beschouwingen zijn heel goed en geschreven met een onbevangen blik. Ze plaatst zich zelf niet op de voorgrond. Ik vind dat veel van de hedendaagse schrijvers ego-gedreven zijn. Een voorbeeld daarvan is Ilja Leonard Pfeijffer. De liefdeslijn met het meisje in Grand Hotel Europa is te mooi om waar te zijn.  En als het te mooi is om waar te zijn, dan is het dus ook niet waar. Zijn observaties van het toerisme in Europa vind ik wel goed.

Net voordat we afscheid nemen pakt Lieuwma The Paris Review Interviews. ‘Het zijn interviews met schrijvers vanaf de jaren ’50. Pagina’s lange verslagen met interessante gesprekken. Heel fijn om hier af en toe in alle rust in te lezen.’ 

(Visited 45 times, 1 visits today)
Close