Written by 13:44 Boekenkast

Antoinette Tanja

Tanja

Antoinette Tanja maakt zich zorgen over de bibliotheek aan de Linnaeusstraat. ‘Ik ga binnenkort actievoeren om aandacht te vragen. Het kan niet zo zijn dat de bieb maar één of twee keer per week open is. Bibliotheken verdwijnen uit het straatbeeld. Ik vind dat een zorgwekkende ontwikkeling. Juist nu hebben we zo’n buurtkamer nodig.’

Als kind springen er twee boeken uit: Alleen op de wereld van Hector Malot en het dagboek van Anne Frank. ‘Die las ik keer op keer en bracht me tot huilen. Niet zozeer om de inhoud, maar omdat ik waarschijnlijk als kind al wist dat het niet goed afliep met Anne Frank.’ De ouders van Tanja lezen wel, maar zijn in mijn kinderjaren geen boekenwurmen, dat is later ingehaald. ‘Er was een Bijbel en mijn vader las daaruit voor. De verhalen uit de Bijbel ken ik dus goed. Dat komt nu goed van pas: je herkent veel in de kunst en literatuur.’

Op haar 16e leest Tanja Simone de Beauvoir. ‘De tweede sekse. Haar denken over de positie van de vrouw was nieuw voor mij en dat sprak me aan. Het waren de roerige jaren zestig. Alles voelde als een bevrijding.’

Na haar middelbare school belandt Tanja in de geestelijke verplegingszorg in de Valeriuskliniek, een psychiatrische ziekenhuis. ‘Het denken was destijds, ik praat over de jaren 70, traditioneel: iemand was gek in zijn hoofd. Het hele idee dat de maatschappij of omgeving invloed had op iemands geestelijke welzijn ontbrak. Dat veranderde met Wie is van hout? van Jan Foudraine. Hierdoor ontstond een andere visie op de psychiatrie: de gekkenbeweging was geboren. Het boek had grote impact op mijn denkwijze. Ik vergeet nooit dat ik in de kliniek een man tegenkwam die zich graag als vrouw verkleedde, reden voor opname. Dat werd door zijn omgeving afgekeurd. Door tegen hem te zeggen: je mag je kleden zoals jij wilt, veranderde er iets. Jaren later kwam ik hem tegen in de stad, prachtig gekleed in vrouwenkleding. Het ging goed met hem.’  

Tanja raakt maatschappelijk betrokken en gaat pleiten voor meer vrouwenrechten. ‘Ik werd lid van de PPR, en deed mee aan demonstraties. Ik was niet radicaal. Waar het mij om te doen was? De economische zelfstandigheid van de vrouw.’ Tanja haalt twee feministische boeken van boven: Het lijfboek voor vrouwen en Geschiedenis van de vrouwentoekomst van het collectief De Bontewas. ‘Dit boek beschrijft de geschiedenis vanuit het perspectief van de vrouw.’ Tanja vindt dat de economische zelfstandigheid van de vrouw in Nederland grotendeels is bereikt.

Hoewel ze Harry Mulisch, Gerard Reve en Willem Frederik Hermans leest én herleest heeft ze er moeite mee dat De Grote Drie bestaat uit mannen. ‘Waarom geen Connie Palmen of Hella Haasse? Het woud der verwachting van Haase is schitterend. Ik las het in de buurt van Parijs en kwam daardoor helemaal in de wereld van dat boek. En wat te denken van Connie Palmen? Neem De wetten, haar diepgang en filosofische kennis staat buiten kijf en inspireert me.’

Poëzie

Eind jaren 70, begin jaren 80, is Tanja druk. Ze is actief in de lokale politiek als gemeenteraadslid en later stadsdeelbestuurder, heeft een kinder en allerlei nevenactiviteiten. Daardoor leest ze minder. ‘Ik moest toen voor mijn werk al zoveel lezen. Echt lezen was bestemd voor de vakanties.’

Gaandeweg komt ze in aanraking met poëzie. Ze wordt liefhebber van het werk van Willem Wilmink, Rutger Kopland en Anna Achmatova. Belangrijke thema’s voor haar zijn landbouw, liefde, saamhorigheid. ‘Wilmink heb ik veel gelezen en voorgelezen aan mijn dochter. De eenvoud spreekt me aan. Dat met zo weinig woorden zoveel gezegd kan worden. Het gedicht Ben Ali Libi is geweldig.’  Mijn vriendje David leest ze voor. ‘En weet je wat een hilarisch gedicht is? De fiets, de vrouw en de liefde van Rodaan Al Galidi, een vluchteling uit Irak die op een humoristische manier dicht dat de Nederlander eerst leert lopen en dan fietsen. Gedichten helpen haar ook in moeilijke tijden of om verdrietige gebeurtenissen een plek te geven. ‘Mijn dochter heeft nu zelf kinderen, maar haar vader is er niet meer. Daar zoek ik een gedicht bij en lees dat voor aan mijn kleinkinderen.’

Soms leest Tanja boeken twee keer achter elkaar. ‘De eerste keer voor het verhaal, daarna nog een keer voor de stijl en om extra te genieten van prachtige zinnen.’

Reizen met het boek in de hand

Met een groepje kennissen bezoekt Tanja enkele jaren geleden de Baltische Staten. ‘Dat kwam door het boek Baltische zielen van Jan Brokken. Ik wist niet bijzonder veel van deze landen. Door dit boek kwam ik achter de turbulente geschiedenis. Brokken heeft dat prachtig opgeschreven met veel persoonlijke verhalen. Wat ik aan die verhalen bijzonder vindt is dat de mensen, hoe veel leed ze ook meegemaakt hebben, kracht vinden om het leven het hoofd te bieden.’ Ze zoeken naar sporen van de geschiedenis in Riga, Vilnius en Tallinn. Onderweg leest ze De Stamhouder van Alexander Munninghof. Aan de hand van Brokken’s De Gloed van Sint-Petersburg gaat Tanja ook naar deze Russische stad. In Groot Hoenlo, in Olst, leest Tanja De ontdekking van de hemel. ‘Mulisch schreef het op dat prachtige landgoed en omschreef de omgeving en voorwerpen.’

Tanja is Italiaans gaan leren en is lid van een Italiaanse boekenclub. ‘Na mijn werkzaamheden in de politiek wilde ik een nieuwe klus om mijn tanden in te zetten. Dat is het leren van een nieuwe taal zeker. We lezen Giovanni Verga, Luigi Pirandello en Viola Ardone. Ardone schreef een schitterend boek: De kindertrein. Het is geschreven door de ogen van een kind, zonder oordeel of beperkingen.’

Aan het einde van het gesprek laat Tanja haar boekenkast zien op de eerste verdieping. ‘Hier staan dus de boeken die heel belangrijk voor me zijn. Er zit een systeem in. Daar maatschappij en filosofie, literatuur op alfabet van de naam van de auteur, Italiaanse werken. En daar een plank met ongelezen werken, waaraan ik nog moet beginnen. Oh en dit is zo schattig. Ze pakt Welterusten kleine beer, dat gaat over een beertje dat niet in slaap kan komen en in het verhaal worden allerlei oplossingen geprobeerd om het kleine beertje te laten slapen, samen eindigen ze in de maneschijn.’   

We nemen afscheid en Tanja zegt: ‘In deze tijden van corona voel ik me een armchair traveler. Door alle reisbeperkingen kun je niet op avontuur. Gelukkig kan ik reizen vanuit de stoel met een goed boek!’

(Visited 4 times, 1 visits today)
Close