Written by 14:10 Boekenkast

Wim Kerkhove

Kerkhove groeit op in een katholiek gezin in Voorschoten. ‘Ik speelde veel op straat met kinderen uit de buurt. Ik las als kleine jongen weinig. Er waren wel boeken thuis, maar ik was er niet bovengemiddeld in geïnteresseerd. Mijn broer las meer: de verhalen van Pietje Bel en Arendsoog. Je zou kunnen zeggen dat ik de jongen uit Pietje Bel was, maar daar ben ik pas veel later achter gekomen. ’

Op jonge leeftijd verlaat zijn vader het gezin en gaat Kerkhove naar een kostschool in Limburg. ‘Ik herinner me nog goed dat een broeder eens per week voorlas. Hij zat dan op een podium, de kinderen ervoor op stoelen. Het leek op een theatervoorstelling. Hij kon prachtig voorlezen, bijvoorbeeld een verhaal over een ooievaar. In de koude winterdagen ging de ooievaar naar Noord-Afrika. Op reis werd de ooievaar uit de lucht geschoten. Meer weet ik niet van dit verhaal, maar het heeft indruk gemaakt. Ik ben nog steeds op zoek naar het boek, maar heb het nooit gevonden.’ De broeder las ook voor uit Pim Pandoer en de kostschool had een eigen bibliotheek. ‘In die periode heb ik wel een paar boeken gelezen, maar dat zakte al vrij snel weer weg.’

Kerkhove gaat, na de mulo en de havo, creatieve therapie studeren in Amersfoort. ‘Daar kreeg ik veel vrijheid. Het voelde als een theateropleiding, ik kon elke dag spelen.’ Tijdens deze studie leert hij zijn eerste grote liefde kennen. ‘We hebben uiteindelijk een relatie van zeven jaar gehad. Ze bracht me in aanraking met boeken door mij voor te lezen uit Beekman en Beekman van Toon Kortooms. Prachtig vond ik dat. We zijn toen samen gaan Interrailen door Europa. Ze gaf me In de ban van de ring van Tolkien. Dat boek las ik in de trein. Ik was verkocht en bij terugkomst kocht ik meer werk van Tolkien.’

Hij gaat onder meer werken als leraar Nederlands in Almere waar hij kinderen aanzet tot lezen.

Poppenspeler op de Dam   

In 1976 wordt Kerkhove actief als poppenspeler. ‘Boven mijn ledikant hing een borduurwerk met daarop de poppenkast van Jan Klaassen. In mijn kindertijd maakte ik al marionetten en vanachter een doek in de opening van de schuurdeur gaf ik voorstellingen met geleende plastic handpoppen. Een belangrijke reden in mijn keuze om poppenspeler te worden is de Doopceel van Jan Claeszen, Kroniek van het traditionele poppenspel in Nederland van Wim Meilink uit 1969. Het verhaal van Jan Klaassen stamt waarschijnlijk uit het 17e eeuwse Amsterdam. Er schijnt in de Amsterdamse Jordaan een familie Klaassen gewoond te hebben in de Willemsstraat, voorheen Goudsbloemgracht. Jan Klaassen en Katrijn Pieters waren een constant ruziënd echtpaar. De Kerkenraad heeft toen ingegrepen en het gezin uit elkaar gehaald.’ Deze vorm van poppenspel is volgens Kerkhove gebaseerd op de 16e eeuwse Italiaanse commedia dell’arte. In de 17e eeuw begonnen Italiaanse poppenspelers door Europa te reizen. In alle landen ontstonden daardoor vergelijkbare poppenspelen met eigen plaatselijke helden. In Engeland heet Jan Klaassen bijvoorbeeld mister Punch en in Duitsland Kasperl.’

Kerkhove heeft jarenlang op de Dam gestaan als poppenspeler. Als hij vertelt over de achtergrond en geschiedenis van het poppenspel schiet hij in zijn rol als poppenspeler. Hij voert Jan Klaassen en de Generaal op en Jan Klaassen met de Beul.      

Tegenwoordig leest Kerkhove voor aan kinderen bij de VoorleesExpres. ‘Niet iedereen heeft de middelen om boeken te kopen. Daarom vind ik het belangrijk dat kinderen, bijvoorbeeld door de VoorleesExpres, in aanraking komen met boeken. Ik strijd, ook in de politiek, voor het behoud van de OBA aan de Linnaeusstraat. Ik zou het heel erg vinden als deze zou verdwijnen.’ De inspanningen zijn niet voor niets geweest: de bibliotheek blijft open.

De Regenboogkinderen

Aan de telefoon, om onze afspraak in te plannen, vertelde Kerkhove al over De Regenboogkinderen. ‘Als ik het daar over heb komen de tranen in mijn ogen.’ Bij aankomst ligt het boek klaar op tafel. ‘Dit boek is heel belangrijk voor mij. Het is het enige voorwerp dat ik nog heb uit mijn ouderlijk huis.’ Hij legt het op tafel en zegt: ‘Ik heb dat boek, buiten mijn familieleden om, eigenlijk nog nooit aan iemand laten zien. Mijn broer kreeg het boek in 1959 van mijn vader, mijn broers stiefvader. Hij schreef er in 1958 de volgende tekst bij.’ Kerkhove pakt het boek en slaat de eerste pagina open. Hij leest voor:

Lieve jongen,

Als je dit boek eenmaal zelf kunt lezen, denk dan aan de vele mensen in de wereld, waar niemand goed voor is omdat ze een andere kleur hebben dan wij, of omdat ze ‘anders’  zijn dan wij ze wensen.

Wees jij in jouw leven maar goed voor de mensen, ook al zijn ze niet altijd goed voor jou.

Jouw Pappie

‘Deze tekst is me zo dierbaar, het heeft me opgevoed, het is de schat van mijn jeugd,’ zegt Kerkhove al bladerend door het boek. ‘Ik heb deze boodschap in mijn hele leven, en nu nog steeds, proberen uit te voeren. Zo strijd ik tegen homofobie, vrouwenhaat, seksisme, seksueel geweld en elke vorm van discriminatie en racisme.’ Het boek werd geschreven door Josephine Baker en verscheen in Nederland met illustraties van Piet Worm. ‘Het verhaal gaat over een donkere kip met een oog. Zij wordt gepest en verstoten door alle andere kippen en reist over de wereld om haar oog te vinden. Na vele omzwervingen komt de kip aan bij de regenboogkinderen. Dan begint de ontdekkingstocht pas echt, want alle kinderen vertellen over hun bijzondere afkomst, zoals Ivoorkust, Japan, Finland en Colombia. De kip gaat bij de familie wonen en krijgt acht kuikentjes in alle kleuren van de regenboog. De moraal van het verhaal? Het maakt niet uit welke achtergrond je hebt of hoe je eruit ziet, we horen allemaal bij dezelfde familie.’ Deze waarden vormen volgens Kerkhove zijn Leitmotiv in de werkzaamheden als fractiemedewerker Stadsdeelcommissie voor de PvdA in Amsterdam-Oost.

Poëzie, strips en Proust

Kerkhove pakt Houden van je spullen. De kunst van het opruimen van Inge van der Ploeg en zegt met een knipoog: ‘Dit boek kan ik wel gebruiken in deze kringloopwinkel.’ We lopen door zijn huis dat vol staat met boeken, poppen en drie aquaria. ‘Ik heb ook veel boeken over vissen.’

In de woonkamer een eigengemaakte boekenkast en aanbeland in de logeerkamer pakt Kerkhove een oude uitgave van Mei van Herman Gorter uit 1928. Hij draagt een stuk voor en zegt daarna: ‘Dit gedicht betovert me enorm. Binnenkort krijg ik van een goede kennis een nog oudere uitgave.’ Een andere dichter die Kerkhove hoog heeft zitten is Jacques Perk. Hij leest het begin van Iris voor: Ik ben geboren uit zonnegloren, en een zucht van de ziedende zee. ‘De alliteratie vind ik heel mooi.’ Kerkhove pakt het werk van Willem Wilmink erbij. ‘Dit is mijn held. Zijn gedichten zijn zo goed. Wilmink heeft zelfs nog eens een inleiding gegeven bij Mei van Gorter waarin hij het gedicht uitlegt. Van Wilmink vind ik Ben Ali Libi en Frekie schitterend. Oh, en natuurlijk Theo Thijssen. Daar ben ik groot fan van, ook als oud-leraar Nederlands.’

Kerkhove heeft ook een hele verzameling strips. Hij heeft bijna alle uitgaven van de Rode Ridder en is een liefhebber van Guust Flater. Zijn collectie bevat ook nog enkele exemplaren van Suske en Wiske, maar daarvan deed hij er de afgelopen jaren veel weg. ‘Ik wil eigenlijk alle Rode Ridders nog eens herlezen.’ Een van zijn favoriete kinderboeken is De Gruffalo. ‘Een muis wordt in een bos bedreigd door allerlei diersoorten, maar verzint een monster, de Gruffalo, om de dieren af te schrikken. Hij bluft zich erdoorheen. Dat heb ik in veel situaties in mijn leven ook gedaan.’   

Onlangs overleed een vriendin van Kerkhove op 88-jarige leeftijd. Ze spraken vaak over literatuur. ‘Ze heeft me Op zoek naar de verloren tijd van Proust nagelaten. Ik ga niet mijn kist in voordat ik alle delen heb gelezen.’

Aan het einde van ons gesprek toont Kerkhove een foto van een ventje voor een boekenkast. ‘Is dit niet grappig? Vroeger moest ik niets van boeken weten en nu heb ik zelf een enorme collectie!’

(Visited 37 times, 1 visits today)
Close